Barking Romania

                                                                                                          A dogs mind is a terrible thing to waste...

Weet waar je aan begint


Denk er goed over na en wees vooral eerlijk tegenover jezelf of je een hond een goed thuis kunt bieden. We kunnen dit niet vaak genoeg benadrukken omdat een mislukte adoptie veel leed met zich meebrengt. En bij een geslaagde plaatsing heb je er een vriend of vriendin voor het leven bij.


In de oriëntatiefase kun je te maken krijgen met vooroordelen over adoptie van een buitenlandse hond. Eén van die vooroordelen is dat ze angstig zijn en niet gesocialiseerd. Een andere is dat je er altijd goed aan doet “zo’n zielig hondje te adopteren”. Het is naïef om in beide uitersten mee te gaan. Maar de vooroordelen bestaan natuurlijk niet voor niets. We zullen zo eerlijk mogelijk beschrijven wat voor een mogelijk gedrag je kunt verwachten van jouw hond.


Positie in huis en nieuwe roedel. Als de hond een tijdje op straat of in een kennel heeft geleefd, betekent dit dat de hond een vaste periode een vaste plek in een roedel heeft ingenomen. De nieuwe start in een gezin in Nederland, houdt voor de hond in: een nieuwe start in een nieuwe roedel, niet meer en niet minder. Het is natuurlijk en dus normaal voor de hond om opnieuw zijn positie te bepalen en te kijken hoe hoog hij in de hiërarchie kan komen. De roedelleider maakt uit welke positie de nieuwe roedelgenoot gaat innemen. Voor alle duidelijkheid: jij maakt dus uit welke positie de hond gaat innemen, en niet andersom. Het kerngedrag van zowel hond als eigenaar spelen hier geen onbelangrijke rol in. Ken jezelf: heb je natuurlijk overwicht, dan zal de hond dat aanvoelen en zich schikken in zijn lagere positie. Heb je dit niet, dan zal je harder moeten werken, wat iets anders is dan strenger zijn. Verdiep jezelf in de wijze waarop je dat kunt doen. Wees wel altijd duidelijk en consequent.


Alleen blijven. De honden zijn niet gewend alleen te zijn. Ze leven in een roedel op straat of in een roedel in een kennel of gastgezin. Het is voor een hond niet natuurlijk om alleen te zijn, een hond is immers een roedeldier. Eenmaal in Nederland is het voor het gemiddelde gezin niet haalbaar altijd de hond mee te nemen of thuis te zijn. De hond zal dus meestal moeten leren even alleen te zijn. De tijd dat je afwezig bent zal moeten worden opgebouwd, stap voor stap. Koppel het weggaan aan een commando. De hond zal snel begrijpen dat hij niet mee mag en dat je even later weer terugkomt.

Maak je dit voor de hond niet duidelijk, zál het ook niet duidelijk zijn en wordt de hond onrustig. Je kunt de tijd van afwezigheid uitbouwen naarmate de hond langer in Nederland is.


Slopen. Onze honden hebben niet geleerd wat hondenspeeltjes zijn. Ze creëren hun eigen speeltjes en zijn daar erg creatief in. In Roemenië is dit voor hen een “zelf – belonings – systeem”. Ze worden immers direct beloond met een leuk speeltje nadat ze bv een stuk hout van een kennel hebben gesloopt of een stuk schuimrubber uit een stoel langs de kant van de weg hebben gehaald. Het verschil niet zien tussen je nieuwe i-phone of een hondenspeeltje kun je hen dus niet kwalijk nemen. Het is aan jou om dit aan je hond te leren. De ene hond pakt dit sneller op dan de andere. Verdiep je in de wijze waarop je jouw hond wenselijk gedrag kunt aanleren op dit gebied.


Voernijd. Vaak hebben honden die op straat of asiel hebben geleefd moeten strijden om voldoende voer. Als ze een hogere positie in de hiërarchie van de roedel hadden, hadden ze meer te eten en meer tijd. Bij een lagere positie is het vaak “pakken wat je pakken kan, en zo snel mogelijk”. Eenmaal in Nederland moeten de honden leren dat het voer van jou is (hoger in de hiërarchie) en dat jij bepaalt wanneer zij eten. Tevens moeten ze leren (ervaren) dat ze voldoende voer krijgen. Schrokken en voernijd zullen afnemen naarmate deze ervaring toeneemt.


Zindelijkheid. Als de hond huisgetraind is, en dus zindelijk, zullen we dat in onze omschrijving vermelden. Als dit niet staat omschreven, weten we niet of de hond zindelijk is. Onze ervaring is dat de meeste honden hun eigen leefomgeving niet vervuilen en dus van nature zindelijk zijn. Deze zindelijkheid moet je vergelijken met de zindelijkheid van een pup en dus niet van een huisgetrainde, volwassen, zindelijke hond. Ze zullen na het eten, spelen en slapen direct naar buiten gelaten moeten worden om de zindelijkheid te stimuleren. Er zullen honden zijn die dit zeer snel oppakken en honden die er langer over doen. Het kan een half jaar tot een jaar duren voordat de hond totaal zindelijk genoemd kan worden en tot die tijd kunnen ongelukjes in huis voorkomen.


Opvolgen van commando’s. Wellicht ten overvloede dit punt, maar helaas toch gebleken dat het in enkele gevallen nodig is dit te vermelden. Als de hond in Nederland aankomt kent het geen commando’s. Als de hond heeft geleerd aan de lijn te lopen, vermelden we dat in de omschrijving. Alle andere basiscommando’s zal je de hond zelf moeten aanleren.


Socialisatie. Veel honden uit het buitenland hebben nare ervaringen met mensen, met name mannen. Dit zie je met regelmaat terug in het gedrag van de hond in Nederland. De hond is voorzichtiger naar mannen en wil deze soms wegjagen van het terrein / territorium waar ook zijn vrouwelijke baasje woont. Dit kan bv leiden tot “snap-gedrag” van de hond. Dit kan meestal goed begeleid worden, maar heeft tijd nodig. Dit gedrag kan zowel binnenshuis spelen als buitenshuis. Triggers buitenshuis kunnen zijn: fietsers (kennen ze niet of nauwelijks en ervaren ze als bedreigend), auto’s, joggers, schreeuwende mensen of kinderen, etc. Het is dus zeer van belang dat er tijd gestoken wordt in het herwinnen van vertrouwen en het laten wennen aan zaken buitenshuis die de hond nog niet kent. De hond moet leren vertrouwen op jou. Dit kan soms wel een half jaar tot een jaar duren.


Huid en vacht. Het klimaat is hier anders dan in Roemenië. De huid en de vacht van de hond moeten daaraan wennen. Dat kan zorgen voor schilfers en / of jeuk. Als je dit opmerkt vergewis je er dan van dat er geen vlooien zijn. Het droge huid-probleem kun je vaak al oplossen met wat zalmolie door het voer of een blokje schapenvet als een tussendoortje geven.


Communicatie mbt lichaamstaal. Een buitenlandse hond is een meester in signaleren en uiten van lichaamstaal. Dat hebben ze geleerd op straat en is belangrijk geweest om gevaren op tijd te herkennen en met andere honden en roedels te kunnen communiceren. Bij honden die in Nederland zijn geboren is dit vaak minder, of anders ontwikkeld. Hierdoor zie je vaak dat als buitenlandse honden elkaar tegenkomen, of in één roedel komen te leven, het bijna altijd goed gaat omdat ze elkaar begrijpen / lezen. Echter bij een combi Nederlandse hond – buitenlandse hond kán dit soms een probleem opleveren omdat er miscommunicatie ontstaat. In een roedel heeft dit meestal even tijd nodig. Doordat de buitenlandse hond voelsprieten heeft voor disbalans in de lichaamstaal worden ze vaak onzeker van mensen die drugs of (veel) alcohol genuttigd hebben. Dit heeft te maken met geur, verandering in de motoriek en intonatie van de stem.


Gebruik de eerste periode met je hond (en graag ook daarna) vooral om een band en relatie op te bouwen. Hoewel veel van onze honden alle reden zouden hebben om de mens nooit meer te vertrouwen, zal je zien dat ze steeds weer in staat zijn hun vertrouwen te herwinnen.

En dat is het mooiste cadeau wat je krijgt als je een hond uit het buitenland adopteert of opvangt!